Antoine Légat's profileDe Newsle/itter van Anto...PhotosBlogListsMore Tools Help

De Newsle/itter van Antoine Légat online

voor alle teksten tot september 2006 kan u nog steeds terecht op http://www.antoinelegat.be.tt

Antoine Légat

July 02

deel 3

 

HORATIUS Oden I, 20: ode aan de wijn, maar nog meer aan de vriendschap.

Horatius is de meester van de doorwrochte miniaturen, zoveel wist je al. Het is verdraaid moeilijk daar één gedicht uit te lichten, maar dit pareltje is hier alvast helemaal op zijn plaats. Het gedicht begint met een drievoudige belediging aan het adres van vriend en beschermheer Maecenas… Zo lijkt dat toch! Bij Horatius zal Romes nummer twee maar heel gewone wijn krijgen (en niet die topwijntjes vanuit diens voorraadkamers) De bekers zijn ook al niet veel zaaks en kijk eens, Hor heeft die wijn zelf gebotteld. Dat is alvast een stuk goedkoper! Maar dan blijkt dat Horatius die wijn op kruiken trok op het exacte moment dat Maecenas na een jarenlange levensbedreigende ziekte voor het eerst weer in het openbaar kwam. Plots heeft het geen belang meer dat zijn wijn geen grand cru classé is: de vriendschap is dat wél! Dat belet goeie ouwe Quintus (Horatius Flaccus) niet om in de laatste strofe een succulente opsomming te geven van de allerbeste Romeinse wijnen in een omgekeerde volgorde van productie, een waar huzarenstuk! Nogmaals nog zo'n twintig oden kwamen in aanmerking voor deze reclamespot...


PETRONIUS, Satyricon, passim.

Niet bepaald wat je belletrie noemt, maar misschien wel het geschikte werk om de alledaagse Romein in zijn reilen en zeilen te leren kennen. Hoewel! Het wordt alras duidelijk uit de verspreide fragmenten die ons overgeleverd werden (dat is op zich al een mirakel, gezien de ,,gewaagde'' inhoud) dat het de kringen (krengen?) rond de keizer zijn die op de korrel worden genomen, onder het mom van achterbuurtfiguren, die hun rol met verdacht veel overtuiging en Schwung spelen. Is het vanuit literair oogpunt geen meesterwerk, dan nog kan het je niet ontgaan dat Petronius een merkwaardig man moet geweest zijn. Wat enerzijds beschijft hij al die lelijke en afzichtelijke personen en situaties met onmiskenbare kennis van zaken, maar anderzijds slaagt hij erin het hele zootje te bekijken a.h.w. vanop een heuveltje, ver van de strijd om het behoud en het gewriemel voor de beste postjes. Het is dan ook zeer verleidelijk te denken dat het gaat om C. (=Gaius) Petronius Arbiter, de arbiter elegantiae van keizer Nero, de man die de mode van de dag dicteerde aan het keizerlijk hof, totdat ook hij ten slachtoffer viel aan de paranoia van de keizer, die geruggensteund door jaloerse hovelingen, overtuigd raakte dat ook Petronius complotteerde. In elk geval werd zijn ,,zelfmoord'' geboetseerd op die van Cato de Jongere, die de ganse nacht filosoferend 's morgens de hand aan zichzelf sloeg. In plaats van te filosoferen, feestte Petronius. De verdere details besparen we je. Maar niet het chronologisch laatste van de bewaarde fragmenten... Te lezen op een nuchtere maag!

Wie het boek kent, kan ook ten volle de verfilming ervan door Federico Fellini ,,begrijpen'' en smaken: alle dichterlijke vrijheid ten spijt, is FF's ,,Satyricon'' een uitmuntend sfeerbeeld van een bewogen periode uit de wereldgeschiedenis...


PLATO, Apologeia, passim.

De pièce de résistance hielden we vanzelfsprekend voor het laatst. Wie vat beter de hele oudheid in haar essentie samen dan Sokrates? Al heeft die dan in Homeros een geduchte concurrent. Wie weet dat beter te formuleren dan Plato, de dichter-filosoof? Al heeft die dan een geduchte tegenstander in Aristoteles. De Apologie van Sokrates, zijn verdedigingsrede voor het Atheense gerechtshof, wordt geregeerd door een ijzeren logica: hij trekt gewoon de conclusies door die de wetten opleggen, al weet hij donders goed dat het hele proces enkel de bedoeling had de ,,lastige horzel'' Sokrates uit Athene te verwijderen. Zo wordt dit ten langen leste het proces van de demokratie en herleidt Sokrates zijn aanklagers tot een stelletje onbenullen. De poëtische vlucht die deze (drievoudige) rede aanneemt verheft Sokrates van zijn kant ver boven het aardse gedoe. Sokrates zal zijn veroordeling tot het drinken van de gifbeker als goed Atheens burger lijdzaam en trouw aan de wetten ondergaan: de boodschap moge hard aangekomen zijn! De zogenaamde ,,verdedigingsrede'' wordt op die wijze een ode aan de eerlijkheid, aan de consequentie en aan het leven zelf.

We zagen Julien Schoenaerts, ja, weer hij, enkele malen in de rol van Sokrates...Al was het geen rol. Schoenaerts WAS Sokrates, even goed in 1974 toen de toen nog vitale ,,acteur'' de monoloog voor het eerst bracht in Leuven, als op het einde van zijn leven, toen de dood al aan hem vrat.


Geteld hebben we het niet, maar je hebt nu zo'n tiental lillende, laaiende lappen levende Latijns-Griekse literatuur in je maag gesplitst gekregen.

Nog zijn we niet tevreden. We zouden je graag ,,vakoverschrijdend'' andere literaire hoogstandjes willen aanprijzen, werken die je op je huidige leeftijd wel eens ter hand zou mogen nemen. We dachten aan Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry, aan Le Grand Meaulnes van Alain-Fournier, aan Xanthippe van Paul Lebeau, maar ook aan zwaardere stuff als Maus van Art Spiegelman, La Nausée van Jean-Paul Sartre of Die Blechtrommel van Günther Grass. Ook op de poëzie van pakweg Leonard Nolens, Hugo Claus, Anton Van Wilderode, Herman De Coninck, Charles Baudelaire, Fernando Pessoa, Pablo Neruda en Odysseas Elytis zouden we je en passant willen wijzen.

Maar via die laatste Griekse dichterlijke reus komen we om af te ronden uit bij Konstantin Kavàfis, een Griek die nooit Griekenland zag, een man die niet voor zijn geaardheid mocht uitkomen en ons slechts een klein poëtisch oeuvre gunde. In het gedicht Ithaka beschrijft hij waar het om te doen is in dit ondermaanse: niet ,,Ithaka'' is van belang, wel de wonderlijke reis ernaar toe.

Het leven is eeuwig afscheid nemen. De tijd om te gaan is nu. Welaan dan: om te trekken, trek!




Oedipus in Kolofon


We laafden ons aan vele bronnen van allerlei aard. Naast een hele reeks internetsites, zoals www.humanbeing.demon.nl of www.koxkollum.nl/vertalingen, waren dat van die ouderwetse dingen, je weet wel, van dat papier met drukinkt erop, netjes ingebonden. Boeken, juist, ja. We geven hier de titels:

Paul CLAES, Sappho. Liederen van Lesbos. Gedichten, Kritak, Leuven, 1985.

Patrick DE RYNCK, Op de Snaren van Apollo. Acht eeuwen Latijnse Poëzie. Samengesteld en ingeleid door -, Ambo, Baarn, 1993.

Xavier DE WIN, Plato Verzameld Werk/Eerste Deel, DNB/Ambo, A'pen/A'dam, 1980.

EURIPIDES-Johan BOONEN, De Trojaanse Vrouwen, Garant, Leuven, 1996.

HOMEROS-Frans VAN OLDENBURG-ERMKE, Ilias & Odyssea, Kempische Boekhandel, Retie, 1959.

Patrick LATEUR, Muze, zeg me... Bloemlezing Griekse Literatuur, Davidsfonds/Clauwaert, Leuven 1993.

A.D. LEEMAN, Petronius. Schelmen en Tafelschuimers. Een satirische Zedenroman uit de Tijd van Keizer Nero, Phoenix Klassieke Pockets, W. De Haan/StandaardBoekhandel, Hilversum/A'pen, 1966.

Henrik SCHOLTE, Scholte's Griekenland, Allert de Lange, A'dam, 1976.

Dr. M. A. SCHWARTZ, Vertellingen uit Hellas en Rome, I: Epos, Brieven, De Lichtere Muze, Fabels, Elsevier, A'dam, Brussel, 1965.

Deel 2!

 
 

HOMEROS, Odyssee VI, 85: de ontmoeting tussen Odysseus en Nausikaä.

Odysseus is voor de laatste maal, zo zou later blijken, overvallen geworden door de wraaklustige Poseidon. Odysseus lijdt op weg naar zijn geliefde Ithaka schipbreuk, zijn mannen verdrinken allemaal. Hijzelf weet zich vast te klampen aan wrakhout en dobbert dagenlang rond in de niet aflatende stormzee, twaalf beaufort...

Uiteindelijk is zelfs Poseidon vermoeid en luwt het geweld van water en wind. Odysseus landt op een onbekend strand. Doodmoe, zonder kleren, maar overdekt met afzichtelijke algen sleept hij zich in een laatste krachtsinspanning tot in de struiken achter het strand. Want wie weet welke monsters, heksen en boosdoeners bevolken dit ogenschijnlijk vredige eiland? Odysseus valt in een diepe slaap. Hij weet het niet, maar dit eiland en haar bewoners betekenen zijn redding. Hier wonen de Faiaken, een vreedzaam zeevaardersvolk geleid door de rechtvaardige koning Alkinoös en zijn gade Aretè (= Deugd) Hun huwbare dochter prinses Nausikaä (zoals dat hoort in sprookjes, een beeldschoon meiske, neem dàt maar van me aan!) kreeg de vorige nacht een droom. Ze werd aangespoord om met de hofdametjes, haar leeftijdsgenoten, de was te gaan doen bij de monding van de rivier, bij de zee.

De volgende morgen trekt ze er met haar vriendinnen op uit. Ze beleven een prachtige dag. Eerst doen ze de was op de keien van de rivier. Daarna spelen ze met de bal. Die bal vliegt (dat zag je al wel aankomen!) in de struiken, recht op Odysseus. Die springt grommend recht, metreen klaar om zich te verweren want hij hoort de meisjes joelen. Zodra die het groene monster zien, stuiven die gillend van angst uiteen. Enkel de onvervaarde en slimme Nausikaä blijft staan: ze heeft meteen door dat dit een mens is. Ze geeft hem iets van kleding (het moet deftig blijven...) en hoort hem uit.

Hoewel Odysseus' achterdocht hem zeer voorzichtig doet wezen, heeft ze dank zij Odysseus' taalgebruiken snel door dat ze niet met een aangespoeld matroos te maken heeft. Ze raakt geboeid door deze man in wie ze alras een bijzonder en adellijk iemand onderkent. Ze leidt Odysseus tot in het paleis van haar ouders die ze op handige wijze bewerkt zodat de stranger de beroemde gastvrijheid van de Faiaken kan genieten.

Odysseus zal zijn identiteit pas prijsgeven als hij blinde bard Demodokos het verhaal van de inname van Troje hoort bezingen. ,,U bezingt het alsof u er zelf bij was'' laat de koning van Ithaka zich in tranen ontvallen. Nausikaä is wellicht (Homeros zegt het nergens) wel een béétje verliefd op deze merkwaardige man, toch een regelrechte stud/superster in zijn tijd, en ook Odysseus zal niet ongevoelig geweest zijn voor deze schrandere adellijke babe. Maar de plicht roept hem naar huis en Nausikaä wacht als huwbare prinses een heel andere lotsbestemming. Het mooiste liefdesverhaal ter wereld, zonder dat één der hoofdpersonen het woord ,,liefde'' nog maar durven denken heeft. De ontmoeting zelf en het finale afscheid behoren tot de mooiste dialogen uit de literatuurgeschiedenis.


HOMEROS, Odyssee XVII, 291-304. Onze held van dienst is dank zij de Faiaken (die door Poseidon onsportief zullen bestraft worden: vaar maar eens de haven van Korfoe binnen en je zal zien wat ik bedoel!) uiteindelijk aanbeland in Ithaka, maar zijn goddelijke beschermster Athena heeft hem zozeer omgetoverd dat geen der mensen in deze haveloze zwerver de koning van Ithaka, Odysseus, herkent. De enige die dat wel ten minste toch uit zichzelve doet (voorlopig toch, want later zal dienstmeid Eurykleia haar Odysseus herkennen aan een litteken, gevolg van een everzwijnenjacht in zijn jeugd) is...zijn hond Argos. Toen ,,de Stralende'' Odysseus twintig jaar tevoren het eiland verliet om bij Troje te gaan vechten, was Argos nog een piepjonge jachthond. Het brave dier was steevast blijven wachten. Nu zit hij op een mesthoop, belaagd door vliegen en ander ongedierte, enkel nog te wachten op de dood. Als Odysseus aan de andere zijde van de hof binnenwandelt, richt het dier nog één maal de kop op, als hij zijn onherkenbare meester herkent. Op dit moment heeft ,,hondstrouwe'' Argos gewacht om met een gerust gemoed te sterven. Odysseus mag uiteraard niets verklappen, maar pinkt in het geheim een traan weg voor zijn trouwste onderdaan.


SAPPHO, fragment 199 + CATULLUS, Carmina 51: ,,Hij schijnt me gelijk te zijn aan de goden, ja, als dat toegelaten is [te zeggen], de goden te overtreffen die gezeten tegenover jou, je onafgebroken aankijkt en zacht hoort lachen, iets wat mij ongelukkige, berooft van al mijn zinnen...'' Eén van de mooiste liefdesgedichten ooit, een klassieker if I ever did see one. Sappho van Lesbos schreef het voor één van haar vrouwelijke leerlingen. Waar denk je dat de term ,,Lesbisch’’ vandaan komt?

Catullus vertaalde het voor zijn Lesbia, toch de eerste drie strofen, waarna hij een waarschuwing schreef die niet veel later op hemzelf van toepassing bleek. We weten immers dat op deze reine, maar vurige liefde een drama van jewelste gevolgd is. Men houdt ervan te denken dat deze kater Catullus het leven kostte, maar wellicht is dat geen rekening houden met de ,,dichterlijke vrijheid'' van deze hellenistisch geïnspireerde dichter. Sappho's gedicht, dat afbreekt midden in de vijfde strofe, behoudt zijn geheimen voor eeuwig...tenzij we erin slagen het werk van de grote Lesbische dichteres weer te vinden. Fingers crossed!


SOFOKLES, Oedipous in Kolonos. Na het totale en alomvattende drama (in onze betekenis van het woord) van de Oedipous Koning is de ganse Oedipous in Kolonos één lange ode aan de homecoming en daarin verschilt het eigenlijk in niets van de Odyssee. Deze prachtige tragedie (die dat helemaal niet is, in onze betekenis van dat woord) krijgt helemaal reliëf als we bedenken dat Sofokles ze schreef op bijna negentigjarige leeftijd, nog bij zijn volle verstand: met het Eerste Stasimon (Koorzang) wist hij zelfs vrijspraak te verkrijgen na de beschuldiging van seniliteit ingediend door één van zijn ,,ongeduldige'' zonen (overigens de enige schaduwvlek op een anders bijzonder geslaagd leven)

Sofokles trok in deze verrassend lichtvoetige tragedie de gelijkenis van zijn eigen situatie met die van de oude Oedipous gans door, met dit wezenlijk verschil dat de koning van Thebe het meest miserabele leven kende dat men zich kan inbeelden. We zien in de oude zwerver Oedipous de oude gezeten burger Sofokles: de kleren van de mens veranderen in niets zijn lotsbestemming. Sofokles besefte maar al te goed dat zijn eigen ,,thuiskomst’’ niet ver af meer kon zijn. Hij zou inderdaad drie maand later sterven (,,gestikt in een olijf’’), maar de tetralogie waarin dit stuk vervat was, haalde postuum de eerste prijs in de jaarlijkse wedstrijd (die Sofokles in totaal 24 maal won!)

We zagen diverse malen de Oedipous in Kolonos gespeeld door de grote en toen al oude Julien Schoenaerts in De Werf in Brugge (in een schitterende vertaling van Hugo Claus), nog een vereenzelviging die kan tellen.


VERGILIUS, Aeneis II, 768-795: Het afscheid van Aeneas en Creüsa.

Jullie lazen deze ontroerende passage in het vijfde jaar. Vergilius neemt het op voor zijn door velen verguisde held Aeneas, die zijn vrouw in de steek zou gelaten hebben. Hieruit blijkt dat de Trojaan werkelijk alles heeft gedaan om Creüsa te redden. Maar het mocht niet baten. Aeneas troost zich met zijn zoon Ascanius (ook Iulus genaamd), die mede een schakel zou worden in de keten die Troje en Rome voorgoed met mekaar verbindt...

Een interessant vergelijkingspunt vormt Aeneis VI, 450-476, waar Aeneas tijdens zijn tocht door de Onderwereld de Carthaagse koningin Dido ontmoet. Hij heeft haar, dan wel op onontkoombaar bevel van de goden, laten stikken, waarna ze de hand aan zichzelf sloeg. Weer moet Vergilius het opnemen voor zijn held: gans op het einde van deze passage rouwt Aeneas, maar niet om hemzelf, wel om Dido's lot. Het zijn de goden die dit wrede spel met mensenharten speelden...


Ons afscheidsgeschenk aan de zesdejaars Latijn, tevens ons afscheid aan het onderwijs...deel 1!

 
 

Aalter, 26 juni 2009.



Waarde Abituriënt,



Samen hebben we een flink pak lesuren -voor velen onder u haast vijfhonderd!- gesleten, gebogen over allerhande taalkundige, grammaticale, stilistische, politiek-sociaal-economische en zelfs filosofisch-religieuze realia (en irrealia?) uit een grijs verleden, in reliëf geplaatst tegen de vaak even grijze achtergrond van het heden... Een mens zou er zijn menselijke roeping bij vergeten!


De verdieping die geen enkele les ter wereld je kan bieden, schenkt het leven je wel, vaak tegen wil en dank. Een pasklare passe-partout, een Sesam die alle deuren opent, een vademecum (da's Latijn...) dat alle tippen van alle sluiers oplicht...bestaat niet, zoveel had je al wel begrepen.


Maar laten we de knapzak toch maar vullen met de nodige ,,geestesverruimende'' producten. Dat zou wel een brood-nodig kunnen blijken in de woeste wielingen des bestaans. Ons lunchpakket beslaat:


*een zeer persoonlijke ,,Afrekening'' met het ,,beste'' dat ondergetekende je kan meegeven uit zijn vakgebied, de Griekse en Latijnse literatuur... Het zijn niet altijd opbeurende woorden, let wel, maar ze zijn zo uit het leven gegrepen, of om het modern te zeggen van de pot gerukt;


*één vaderlijke, misschien enigszins sowieso überhaupt betweterige raad (,,In coda venenum''?) om vooral verwonderd te zijn en te blijven in dit leven... Het wonder van de ,,compassion'', de beroemde empathie (da's Grieks...) van Aeneas, weet je wel. Het is de enige manier om, net als Odysseus, ooit ,,rijk'' weer ,,thuis'' te komen, wie je ook bent, wat je ook doet, waar je ook woont. Het schitterende gedicht van Konstantin Kavàfis, ,,Ithaka'', herinnert je aan wat die homecoming eigenlijk inhoudt.


Het afscheid is nabij, een afscheid dat gelukkig nog een kans op weerzien biedt, maar reken op niets, want alles is éénmalig in dit ondermaanse en keert niet meer weer. Geniet er dan ook ten volle van, van élk moment in dit bestaan.


Daarom de heilswens die menige Latijnse brief sierde door de eeuwen heen, een wens die nog niets van zijn waarde verloren heeft: ,,Cura ut valeas''.



Antoine Légat.

De Afrekening...


Als men spreekt over de hoogtepunten, de capita selecta van de antiek Grieks-Romeinse literatuur, verwordt dat al snel tot een opsomming, een greatest hits van de ,,klassieke'' hoogstandjes in de literatuur...Ook hier vind je daar in willekeurige volgorde enkele van weer, maar toch durf ik dit voorstellen als mijn hoogst persoonlijke appreciatie die hier en daar afwijkt van de gangbare mening. Zo hoort dat ook. Het gaat stuk voor stuk om fragmenten die mij ooit geraakt hebben en om één of andere reden bijgebleven zijn. Wellicht mede omdat ze teruggaan naar de kern, de ziel van de oude Grieken en Romeinen...en waren die dan zo verschillend van ons? Nee, toch?!

Het zijn niet bepaald prettige teksten, integendeel, ze verhalen vaak over het verlies van dierbaren, grenzenloos leed, melancholie zonder einder, spijt over een onomkeerbaar heden... Ze zijn soms ronduit hartverscheurend...Spleen, Weltschmerz, saudade (de Portugese fado), lachtàra en kaïmôs (de Griekse rebètika), duende (Spaanse flamenco)… In alle talen is er wel een woord voor.

De schaarse lichtpunten die er tegenover staan, stralen dan ook een ongemeen helder licht uit. Zo is elk menselijk leven een spel van contraria. En of Herakleitos dat al wist!


HOMEROS, Ilias VI 370-502: de grootste Trojaanse held, hij die de stad zelfs rechthoudt, Hekto(o)r, kamt Troje uit op zoek naar zijn vrouw Andromache (,,Zij voor wie mannen vechten’’), terwijl hij goed beseft dat dit waarschijnlijk hun afscheid wordt. Hektor zal zijn aartsvijand Achilles, die zint op wraak om Patroklos' dood, niet blijvend kunenn ontwijken. Hij vindt Andromache echter niet en wordt ongerust. Hij staat al klaar aan de Skaïsche Poort om de stad voorgoed te verlaten. Ten slotte komt ze aangelopen en een moeilijk gesprek ontspint zich: Hektor verbergt immers wat hij weet. Andromache tracht immers te verbergen dat ze weet wat Hektor wil verbergen. Het drama van twee geliefden die niet kunnen vermijden dat hun wegen zich zullen scheiden, definitief. Maar niets is ooit zo dramatisch of er is ook geen plaats voor een beetje lichtvoetiger emotie. Een min houdt tijdens het gesprek de zoon van Hektor en Andromache in de armen, Astyanax, een baby nog. Astyanax’ naam betekent ironisch genoeg ,,Beschermer van de stad’’. Zijn fiere vader noemt hem steevast Skamandrios. Aan het eind nemen de man en de vrouw nog eens hun kind erbij, maar de kleine schrikt bij het zien van de blikkerende helm van Hektor (één van zijn epitheta was Koruthaíolos, ,,de Helmboswuivende'') en begint te huilen. Beide ouders lachen, Andromache ,,dakruoèn gelàsasa'' zoals Homeros zo roerend schrijft, ,,ze lachte door haar tranen heen''. Het is een tafereel dat je niet licht vergeet...


EURIPIDES, De Trojaanse Vrouwen 1155-1205 – zie ook de gelijknamige film van Michael Kakoyannis (Cacoyannis) met Irini Papà (Irène Papas) als Hekabe. Troje is gevallen. De Grieken plunderen en moorden dat het een lieve lust is. Hekabe, koningin van Troje en vrouw van koning Priamos (die zonet vermoord werd), moeder van Hektor (die sneuvelde door de hand van Achilles), wordt nogmaals, voor de zoveelste maal in tien jaar beleg, geconfronteerd met de gruwel en het blinde geweld van de oorlog: op het schild van zijn vader Hektor ligt het lijkje van Astyanax, van de eens zo fiere muren van de stad gegooid door de op wraak beluste Grieken in overwinningsroes. Bij deze volkomen nutteloze moord op haar kleinkind heft Hekabe een tirade aan die iedere dictator, machtswellusteling of geweldenaar, van welke soort dan ook, de mond zou moeten snoeren. Zou, want ze moeten Euripides kunnen en willen lezen, natuurlijk. Wij genoten ooit het voorrecht Irène Papas op Brugges Festival deze scène live te zien spelen (in Engelse versie): we krijgen er nog steeds koude rillingen van...

 
June 04

Rob Jungklas en/op Duvel Blues: coup de foudre!

 
 

Puurs, zaterdag 30 mei, hoogdag voor bluesliefhebbers op Duvel Blues met o.a. Tim Lothar en de Fabulous Thunderbirds. Maar er stond daar nog een andere ster te blinken, die van de hogepriester van de rauwe blues en de hell & damnation scene, Rob Jungklas. Een handvol liefhebbers van Chris Whitley en van David Eugene Edwards hadden toch, ondanks deze setting, de weg naar Duvel Blues gevonden. De naam is pertang goed gekozen: dood en verderf, woede en waanzin, spijt en verdriet, kortom Eros en Thanatos staan elkaar te vertrappelen om in Robs songs te mogen figureren. Hij bereidt er nog magistrale (*) teksten mee ook (,,Singing In Your Blood'', ja, màn) Sober en effectief begeleid door een cellist en een drummer ging zijn stem, nu eens vol oerdreiging, dan weer met die onweerstaanbare snik, in de clinch met de vertoornde gitaar, een zelden geziene tsunami van uitgekotste emoties. Hij citeerde gretig uit zijn recentere werkstukken ,,Arkadelphia'' en ,,Gully'', maar er zaten ook twee nieuwe parels bij van zijn bijna affe nieuwe. We lieten onbeschaamd de tranen de vrije loop bij zoveel Onaardse Schoonheid aanschurkend tegen al even verschroeiende Aardse Lelijkheid. De man uit Memphis was hier voor het eerst, maar iets (twee schitterende cd's, één fantastisch concert, één laaiend enthousiast publiek) zegt ons dat Rob snel weerkeert. Want what happens in the gully, stays in the gully.


(*) ,,bereidt'', ,,magistrale''...hebt u 'm?

June 02

The Monotrol Kid + Look & Listen + Albert Niland in Gent

 
 

THE MONOTROL KID, LOOK & TREES en Albert NILAND in Perros Calientes (Gent) op woensdag 15 april 2009.


Huisconcerten? Hebben we niets op tegen zolang de organisatoren de decency hebben om niet in het vaarwater te treden, lees klanten af te snoepen van de reguliere organisatoren, die geld stoppen in het contact(r)eren en overbrengen van artiesten, in de nodige reclame en accommodatie. Mits een beetje begrip valt dat te bereiken en dat is in ieders voordeel. De artiest zal je ook niet horen klagen: extra werk!

Huisconcerten op verplaatsing? 't Is weer eens iets anders: dezelfde regels gelden als voor een gewoon huisconcert maar als je het in een bevriend en gelijkgestemd café kan doen, heb je al snel meer ruimte en een betere bar. Zo gingen we in het kader van de Secret hero Concerts in Gents café Perros Calientes (,,Spaanse hotdogs''? Yeah right) luisteren naar drie acts die je anders niet zo makkelijk te horen krijgt, maar die elk de moeite waard zijn.

The Monotrol Kid is eigenlijk singer-songwriter en akoestisch gitarist Erik Van Den Broeck. De Hasseltse Anne Vandersmissen stond hem woensdag vocaal bij. Schoonheidsfoutjes, vooral door de afwezigheid van monotrolling, we bedoelen monitoring. De samenzang leed eronder en An kwam helemaal niet uit de verf in het veel te laag gezongen solostuk in Little Boy. Spijtig, want ze heeft een hele mooie stem en we hoorden wel dat àls het klopt, die samenzang een stevige troef kan zijn. We vermoeden intussen groot potentieel aan de hand van de songs die Erik vooral op basis van zijn verblijf in Dublin en New York bijeenschreef: Almost, zijn allereerste song, sprong eruit (zie ook de versie op MySpace!), maar ook 7Times, You (ode aan Eriks vrouw) en de afsluiter (That Stone?) bij voorbeeld.

Look & Trees was de verrassing van de avond. Het zestal was in casu herleid tot een akoestisch trio dat zonder versterking speelde. De derde gitarist zweeg (daar zijn visueel nog mogelijkheden!) terwijl de twee baardige en vaardige frontmannen vocaal hun gangen gingen. We hebben niet te veel op teksten gelet want de doorgaans met hoge stemmetjes gebrachte vocale akrobatieën werden begeleid door hilarische bekkentrekkerij, die de griligheid van de songs alleen maar onderstreepten. Gekte à la They Might Be Giants, maar met een heel eigen, heu, smoel. Twee olijke songs, Mutts en Little Party, deden even vrezen dat ze het allemààl op flessen zouden trekken, maar Father Sends His Sons Out, met zijn verstild, bijna droef einde, toonden een heel ander, ernstig gezicht. Het nummer is ook op hun MySpace te beluisteren, het nummer dat ook het dichtst de sfeer benadert van wat ze in het intussen stampvol gelopen cafeetje in uitgebeende versie brachten. Voor de rest verkiezen we veruit wat we live te horen kregen. Maar toegegeven, da's een eerste en zeer onvolledige indruk. Het vervolg, het lekker ritmische Leech, het aan het eind naar de hemelen weg zwevende I Like The Eye en, iets minder want beetje uit de losse pols, bis Rising, bewezen dat Look & Trees een sensatie kan worden in het Vlaamse concertlandschap. Maar laat ze eerst nog rustig doorgroeien.

Albert Niland uit Galway, Ierland, woonde lang in Gent. Toch trad hij er nooit op. Nu hij in Utrecht verzeild is (na ook jaren in San Francisco gewoond te hebben) kreeg hij twee concerten op een rij af te werken! Wat ons betreft mag hij vaker komen, want de man heeft wat te vertellen en doet dat op technisch ongemeen hoog niveau. Zijn door de flamenco beïnvloed gitaarspel (hij speelt de helft van de tijd ook op een Spaanse gitaar) is razend knap, wat al bleek bij de vurige opener Choo Choo Baby. Hij zingt even gedreven als die andere Ieren: Luka Bloom of zijn goeie Gentse kameraad (en bijna dorpsgenoot in Galway!) Daithi Rua, en hij schrijft zijn levenservaringen uit in soms ongewoon geconstrueerde maar beklijvende songs. Die kwamen voor een deel uit zijn brandnieuwe mini-cd The Hungry Ghost: de titelsong, Talking Dirty With The Whores, The Core..The Heart...The Glow (en passant is dat een ode aan de grote jazz pianist Oscar Peterson) en het dromerige Poland In A 3 Piece Suit. Maar we hoorden nog veel andere intrigerende songs in de set, zoals Taking Me Under: over een vriend uit Galway die net als Niland zelf in Frisco belandde, er de toppen van de roem en de rijkdom kende, maar totaal berooid raakte na zijn terugkeer en aan het flippen ging. Hij strandde finaal in het zwaar bewaakte gekkenhuis in de buurt van waar ze vandaan kwamen. Toen Albert de man ging bezoeken, begon die te lachen. Albert vroeg waarom. ,,Omdat ze jou hier ook te stekken hebben.'' Niland verwerkt de ,,birds of Alcatraz'' in die song, waarmee uiteraard heel wat links gelegd worden: de songs steken vol van die doorverwijzingen en elk op hun manier zetten ze zowel intellect als gevoel aan het werk. The Lonesome Death Of Hattie Carrol (dan toch nog een Bob Dylan song op deze avond! En ook nu weer gaat de schurk vrijuit...) en het grotendeels instrumentale Sea Of Love zetten in de encores de kroon op het werk. Deze Albert Niland heeft zich als artiest en mens volledig gevonden.


Antoine Légat (16 04 09)


 
Photo 1 of 6